- Thermische behaaglijkheid -

1. Behaaglijkheidonderzoek

In de arbeidsomstandighedenwet worden uit oogpunt van gezondheid eisen gesteld aan de thermische behaaglijkheid in gebouwen waar mensen werken. Voor rijksgebouwen gelden bovendien de RGD-richtlijnen. Voor veel niet-rijksgebouwen worden de RGD-richtlijnen vaak opgenomen in het technische programma van eisen. De thermische behaaglijkheid in gebouwen is bovendien niet alleen van groot belang voor de gezondheid van de aanwezigen maar ook voor de arbeidsproductiviteit.

Tabel 1.1: De meest belangrijke factoren die het behaaglijkheidgevoel van de mens beïnvloeden zijn:

de luchttemperatuurdit is de temperatuur van de omgevende lucht in °C;
de gemiddelde stralingstemperatuurdit is de temperatuur van de omringende wanden in °C;
de luchtvochtigheidals relatieve vochtigheid (R.V.) uitgedrukt in %;
de luchtsnelheiduitgedrukt in m/s
het metabolisme van de persoonde verbrandingswaarde van voedingsstoffen in W/m²;
de clo-waardedit is de warmteweerstand van de kleding in clo.

De Deense professor Per Ole Fanger heeft aan de hand van zijn behaaglijkheidonderzoeken een waarderingsschaal voor het binnenklimaat opgesteld. De waardering van de gebruikers van het binnenklimaat wordt uitgedrukt in een PMV-waarde (Predicted Mean Vote), die kan variëren van -2 tot +2. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen de PMV-waarde en het percentage gebruikers dat klachten heeft over het binnenklimaat. Een optimale beoordeling komt overeen met een PMV-waarde van 0. Een PMV-waarde van 0 betekent niet dat alle gebruikers tevreden zullen zijn over het binnenklimaat. Zelfs bij een PMV van 0 zal ca. 5% van de gebruikers klachten hebben over het binnenklimaat.

Tabel 1.2: Relatie tussen PMV en PPD

PMV
Koud
PPD In %
Warm

Totaal
-2,076,4 - 76,4
-1,552,0 - 52,0
-1,026,8 - 26,8
-0,922,5 - 22,5
-0,818,7 0,118,8
-0,715,3 0,215,5
-0,612,4 0,312,7
-0,5 9,9 0,410,3
-0,4 7,7 0,6 8,3
-0,3 6,0 0,9 6,9
-0,2 4,5 1,3 5,8
-0,1 3,4 1,8 5,2
0,0 2,5 2,5 5,0
+0,1 1,8 3,4 5,2
+0,2 1,3 4,5 5,8
+0,3 0,9 5,9 6,8
+0,4 0,6 7,7 8,3
+0,5 0,4 9,810,2
+0,6 0,312,212,5
+0,7 0,215,215,4
+0,8 0,118,518,6
+0,9 - 22,222,2
+1,0 - 26,426,4
+1,5 - 51,451,4
+2,0 - 75,775,7

2. Berekeningen

De behaaglijkheidtheorie van Per Ole Fanger is vastgelegd in de NEN-EN-ISO 7730. In deze norm wordt ook een rekenmethode gegeven. Teneinde de PMV-waarde onder zomercondities correct te kunnen berekenen moet worden uitgegaan van:

Tabel 2.1: Rekenparameters

metabolisme kantoorwerkzaamheden (1,2 Met) =70,0 [W/m²]
luchtsnelheid =0,15 [m/s]
intrinsieke kledingweerstand onder zomercondities =0,7 [clo]

Voor de berekeningen wordt meestal gebruik gemaakt van uurlijkse KNMI-klimaatgegevens voor de Bilt van het referentiejaar 1964. Van dit jaar is voor de beoordeling van de zomersituatie de aaneengesloten periode van 27 april tot en met 27 september beschouwd met inachtneming van de zomertijd.

De uitkomst van de berekening is de PMV-waarde, waarvan de overschrijding van een bepaald niveau moet worden vermenigvuldigd met het aantal uren per jaar dat het niveau wordt overschreden (of onderschreden in de winter) en gewogen voor de mate waarin het gestelde niveau wordt overschreden (of onderschreden in de winter). Aldus wordt een ééngetal aanduiding voor de behaaglijkheid verkregen in de vorm van gewogen temperatuuroverschrijdingsuren (GTO-uren). Met computerprogramma's kan de PMV-waarde en het bijbehorende aantal weeguren vrij nauwkeurig worden bepaald.

programma NEN-EN-ISO 7730

Een (DOS)programma om de PMV te berekenen volgens NEN-EN-ISO 7730 kunt u hier zonder kosten, registatie of reclame downloaden.

Dit programma is, voordat het op de server werd gezet, gecontroleerd en vrij bevonden van virussen, spyware, etc. Het gebruik ervan is evenwel geheel voor eigen risico.

Er wordt geen enkele aansprakelijkheid geaccepteerd voor het al dan niet functioneren van het programma of schade die direct of indirect met het gebruik ervan in samenhang wordt gebracht.

3. RGD Eisen

De Rijksgebouwendienst (RGD) hanteert voor cellengebouwen en voor kantoren als norm dat de PPD-waarde (Predicted Percentage of Dissatisfied) niet hoger mag zijn dan 10%. Dit komt overeen met een PMV-waarde van ± 0,5. De PPD-waarde mag gedurende maximaal 10% van de werktijd worden overschreden en dan nog uitsluitend als gevolg van:

De RGD-richtlijnen voor de thermische behaaglijkheid in verblijfsruimten zijn als volgt gedifferentieerd naar gebruiksfunctie:

Tabel 3.1: Maximaal toegestane GTO-uren per jaar

functiegedurende periodePMV-waardemaximaal toegestane
GTO-uren
celfunctieZomergroter dan 0,5210
Winterkleiner dan -0,5210
kantoorfunctieZomergroter dan 0,5150
Winterkleiner dan -0,5150

Tabel 3.2: Overschrijdingsuren als % van de gebruikstijd op jaarbasis

functiegedurende periodeTi < 18,0°CTi < 20,0°CTi > 25,5°CTi > 28,0°C
onderwijsfunctieZomer 10%2%
Winter2%10%
overige gebouwenZomer 5%1%
Winter1%5%
_