- Ruimteakoestiek -

Eisen

De eisen die men aan de akoestiek van een ruimte moet stellen zijn sterk afhankelijk van de activiteiten die er plaatsvinden. Het maakt groot verschil of men enige galm kan gebuiken zoals in een kerkzaal of dat men er wil vergaderen of lesgeven. Voor een prettig akoestisch "binnenklimaat" zijn trouwens meerdere parameters verantwoordelijk. Behalve de nagalmtijd zijn ook de vorm van de zaal, de diffusiteit van het geluid in de ruimte en het stoorniveau van belang.

Nagalmtijd

Of het akoestisch binnenklimaat van een ruimte of zaal als prettig wordt ervaren hangt niet zozeer af van het volume van het geluid, maar wel van de daarin aanwezige toonhoogtes en de snelheid waarmee klanken veranderen. Geluidswaarneming is vrij subjectief, dus de waardering van de ruimte zal afhankelijk van de smaak van de gebruikers kunnen variëren. De nagalmtijd in een ruimte wordt bepaald door het volume van de zaal en de totale hoeveelheid aanwezig absorberend materiaal. Omdat personen en hun kleding geluid absorberen is de nagalmtijd ook mede afhankelijk van de bezettingsgraad van een zaal. Een te korte nagalmtijd veroorzaakt een "droge" ruimte, waarin muziek niet klinkt en het "zwaar" spreken en zingen is. Een (te) lange nagalmtijd heeft voor de spraakverstaanbaarheid een zeer negatief effect omdat het stemgeluid steeds weer door echo’s van vorige woorden wordt gestoord. Hierbij dient opgemerkt te worden dat klinkers luider klinken en langer worden aangehouden dan medeklinkers, waardoor bij een lange nagalmtijd de medeklinkers volledig worden gemaskeerd door de klinkers. "Langzaam" spreken helpt daarom maar beperkt om de spraakverstaanbaarheid te verbeteren.

nagalmtijd

In de literatuur worden uiteenlopende eisen geformuleerd voor de nagalmtijd in verschillende ruimten. Mede afhankelijk van het volume worden in moderne kerken nagalmtijden gerealiseerd van ca. 1,8 - 2,5 sec (met publiek). In oudere, volledig uit steen opgetrokken, gebouwen zijn nagalmtijden van meer dan vier seconden geen uitzondering. Hier kan de verstaanbaarheid van het gesproken woord buiten het directe geluidsveld volledig afwezig zijn. Voor het gesproken woord is een nagalmtijd tussen 0,8 en 1,1 seconde immers veelal optimaal.

De genoemde nagalmtijden zijn gemiddelde nagalmtijden over het geluidsspectrum. Sterke verschillen tussen hoge, midden en lage tonen kunnen erg storend zijn. Daarom moet worden gestreefd naar een nagenoeg vlakke nagalmtijdcurve: nagalmtijden behoren gelijkmatig te zijn over het hele geluidsspectrum. In het algemeen wordt voor de kale ruimte een nagalmtijd tussen 0,8 - 2,5 seconde aanbevolen met een licht (3% per octaafband) aflopende curve. Bij een gemiddelde bezetting resulteert dit in een prettige ruimte met een nagalmtijd van ca. 0,5 - 1,5 seconde. Bij een volle zaal zal een kortere nagalmtijd en bij een minder grote bezetting zal een langere nagalmtijd ontstaan.

Diffusiteit

Het geluid in een grotere ruimte moet zo gelijkmatig mogelijk worden verdeeld. Door een hellend dak en/of wanden die nu eens niet haaks op elkaar staan, wordt bereikt dat het geluid goed door de ruimte wordt verspreid. Hiermee worden eventuele vervelende neveneffecten zoals flutterecho’s voor een groot deel voorkomen. Lange wanden in smalle ruimten kunnen ook flutterecho’s veroorzaken. Met de juiste akoestische bekledingen kan dit evenwel grotendeels worden verholpen.

Spraakinstallaties

Dicht bij een geluidbron is het directe geluid luider dan de nagalm. Men spreekt dan van het directe geluidsveld. Buiten dit directe veld gaat de nagalm overheersen. De spraakverstaanbaarheid wordt dan verminderd door echo’s van het brongeluid. Het effect is storender naarmate men verder van de bron is.

Een spraakinstallatie kan in grote, galmende ruimten uitkomst bieden door de luisteraars weer in het directe veld van een luidspreker te brengen. Voor grote zalen zijn daar dus vele dicht bij de luisteraars geplaatste luidsprekers noodzakelijk. De kwaliteit van een spraakinstallatie heeft dus niet alleen te maken met de kwaliteit van de componenten maar vooral van het aantal en de plaatsing van de luidsprekers.

_